Met de invoering van het nieuwe Strafwetboek heeft België als eerste Europese lidstaat het misdrijf ecocide opgenomen in zijn strafwetgeving. Hoewel deze nieuwe strafbaarstelling veel aandacht kreeg, staat zij niet op zichzelf. Ze past binnen een bredere evolutie waarbij ernstige milieuovertredingen steeds vaker strafrechtelijk worden aangepakt.
Waar milieuhandhaving vroeger hoofdzakelijk bestond uit administratieve sancties en bestuurlijke herstelmaatregelen, kiest de wetgever vandaag steeds nadrukkelijker voor een strafrechtelijke benadering van de zwaarste milieu-inbreuken.
Milieucriminaliteit behoort vandaag tot de grootste en snelst groeiende vormen van georganiseerde criminaliteit. Illegale afvalverwerking, ongeoorloofde lozingen en handel in beschermde dier- en plantensoorten veroorzaken niet alleen aanzienlijke milieuschade, maar hebben vaak ook grensoverschrijdende gevolgen voor de volksgezondheid en de biodiversiteit.
Volgens zowel de Belgische als de Europese wetgever volstaan administratieve sancties in dergelijke dossiers niet altijd meer. Een strafrechtelijke aanpak heeft een grotere afschrikkende werking, laat een grondiger gerechtelijk onderzoek toe en bevordert een meer uniforme handhaving binnen de Europese Unie.
De invoering van ecocide moet dan ook worden gezien als een krachtig signaal. De wetgever maakt duidelijk dat de zwaarste vormen van milieuvernietiging niet langer louter als een schending van administratieve regelgeving worden beschouwd, maar als feiten die een strafrechtelijke reactie verantwoorden.
Ecocide vormt daarmee het meest uitgesproken voorbeeld van de toenemende verstrenging van het milieustrafrecht.
De invoering van ecocide staat niet op zichzelf. Zij sluit aan bij de Europese Richtlijn 2024/1203 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht, die de lidstaten verplicht hun strafrechtelijke instrumentarium verder uit te bouwen en ernstige milieucriminaliteit doeltreffender te bestrijden.
Voor ondernemingen neemt het belang van een doordacht milieubeleid alleen maar toe. Ernstige milieu-inbreuken kunnen niet alleen aanleiding geven tot herstelmaatregelen of administratieve sancties, maar ook tot een strafonderzoek en een strafrechtelijke veroordeling.
Daarbij komt dat ook het algemene strafrecht recent grondig werd hervormd. Het nieuwe Strafwetboek (dat op 1 september 2026 in werking zal treden) introduceert onder meer nieuwe strafniveaus en een aangepast sanctiestelsel, dat eveneens van toepassing is op het milieustrafrecht.
Een proactief compliancebeleid, een correcte naleving van de milieuregelgeving en tijdige juridische begeleiding zijn daarom belangrijker dan ooit.
De invoering van ecocide is veel meer dan de creatie van een nieuw misdrijf. Zij vormt het symbool van een fundamentele verschuiving in de manier waarop milieuovertredingen worden benaderd.
Waar vroeger vooral werd ingezet op bestuurlijke en administratieve handhaving, kiest de wetgever vandaag steeds nadrukkelijker voor een strafrechtelijke aanpak van ernstige milieucriminaliteit. Ecocide is daarvan het meest zichtbare voorbeeld, maar zeker niet het enige.
Voor ondernemingen en bestuurders betekent dit dat milieucompliance niet langer enkel een administratieve verplichting is. Milieubeslissingen kunnen vandaag ook belangrijke strafrechtelijke risico's met zich meebrengen. Preventie, interne controle en tijdig juridisch advies zijn daarom essentieel om zowel administratieve als strafrechtelijke gevolgen te voorkomen.

Sanne De Clerck is strafrechtadvocaat, founder van SUE Advocaten en auteur. Zij staat cliënten bij in complexe strafzaken, met bijzondere ervaring in zedenfeiten, financiële strafzaken, drugsdossiers en assisenzaken. Via haar blog deelt zij inzichten uit haar praktijk en maakt zij strafrechtelijke thema’s toegankelijker voor wie met vragen zit of meer duiding zoekt.