Ecocide is sinds 1 september 2026 als afzonderlijke misdaad opgenomen in het Belgische Strafwetboek. Het begrip is voorbehouden voor bijzonder ernstige vormen van milieuvernietiging. Niet elke vervuiling, ontbossing of andere aantasting van het milieu kan daarom als ecocide worden beschouwd.
Omdat de Belgische strafbaarstelling nog maar pas in werking is getreden, bestaat er op dit moment nog geen Belgische rechtspraak die duidelijk maakt welke concrete feiten door een rechter als ecocide zullen worden beschouwd.
Internationaal zijn er wel verschillende bekende voorbeelden van uitzonderlijk grootschalige milieuschade. Die gebeurtenissen kunnen illustreren over welke omvang en gevolgen het bij ernstige milieuvernietiging kan gaan.
In april 2010 ontplofte het boorplatform Deepwater Horizon bij de Macondo-oliebron in de Golf van Mexico. Elf werknemers kwamen om het leven. Gedurende 87 dagen stroomde olie uit de beschadigde bron. Volgens de Amerikaanse Environmental Protection Agency ging het in totaal om ongeveer vier miljoen vaten olie.
De ramp veroorzaakte zeer omvangrijke schade aan mariene en kustecosystemen. De Amerikaanse overheid bereikte later met BP een grote regeling voor onder meer schade aan natuurlijke hulpbronnen, herstelmaatregelen en sancties.
Deepwater Horizon is daardoor een duidelijk voorbeeld van hoe één gebeurtenis op zeer grote schaal schade aan water, kustgebieden, dieren en ecosystemen kan veroorzaken.
In 1989 liep de olietanker Exxon Valdez aan de grond in Prince William Sound in Alaska. Daarbij kwam ongeveer 11 miljoen gallon ruwe olie in zee terecht.
Volgens de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration werd meer dan 1.300 mijl kustlijn getroffen. Grote aantallen zeevogels, zeeotters, zeehonden en andere dieren stierven en verschillende ecosystemen ondervonden nog jarenlang gevolgen van de olievervuiling.
Ook deze ramp toont hoe een olieverontreiniging zowel geografisch zeer omvangrijk als langdurig kan zijn.
Een ander belangrijk voorbeeld vond plaats in Brazilië. In november 2015 bezweek de Fundão-dam bij Mariana, die verbonden was aan de mijnbouwactiviteiten van Samarco.
Door de dambreuk kwamen enorme hoeveelheden mijnbouwafval vrij. Negentien mensen kwamen om het leven en volledige gemeenschappen werden getroffen. De modder en het mijnbouwafval verspreidden zich via het stroomgebied van de Rio Doce over meer dan 600 kilometer tot aan de Atlantische Oceaan.
De Braziliaanse overheden en de betrokken ondernemingen sloten later een omvangrijke regeling voor herstel, compensatie en socio-ecologische maatregelen. De gevolgen voor verschillende waterlopen en ecosystemen zijn ook jaren na de ramp nog zichtbaar.
In Ogoniland, in de Nigerdelta in Nigeria, onderzocht het Milieuprogramma van de Verenigde Naties de gevolgen van tientallen jaren olieactiviteiten en olieverontreiniging.
UNEP stelde verontreiniging vast van bodem en grondwater en zware aantasting van onder meer kreken en mangrovegebieden. Op sommige plaatsen drong de vervuiling veel dieper door dan voordien werd aangenomen. Volgens UNEP zou het herstel van het gebied een van de meest omvangrijke en langdurige saneringsoperaties ooit kunnen worden.
Ook tijdens gewapende conflicten kan uitzonderlijk zware milieuschade ontstaan. Toen Iraakse troepen zich in 1991 uit Koeweit terugtrokken, werden meer dan 700 oliebronnen in brand gestoken.
Daarnaast kwamen grote hoeveelheden olie in de woestijn en het mariene milieu terecht. De Verenigde Naties stelden onder meer schade vast aan grondwater, kustgebieden en woestijnecosystemen. Voor het herstel van de milieuschade werden miljarden dollars aan compensatie toegekend.
Dit voorbeeld toont dat grootschalige milieuvernietiging niet alleen het gevolg kan zijn van industriële ongevallen of bedrijfsactiviteiten, maar ook bewust kan worden veroorzaakt tijdens een conflict.
Niet noodzakelijk.
Deepwater Horizon, Exxon Valdez, de dambreuk in Mariana, de vervuiling van Ogoniland en de oliebranden in Koeweit zijn voorbeelden van uitzonderlijk ernstige milieuschade. Daarmee staat nog niet vast dat de feiten juridisch als ecocide moeten worden beschouwd.
Of een gebeurtenis ecocide vormt, hangt af van de strafwet die op de feiten van toepassing is, de wettelijke definitie die in het getroffen gebied geldt, het tijdstip waarop de feiten plaatsvonden en het bewijs in het concrete dossier.
De voorbeelden zijn vooral nuttig om duidelijk te maken welke schaal milieuschade kan aannemen en waarom verschillende landen specifieke strafrechtelijke regels voor de zwaarste vormen van milieuvernietiging invoeren.
Heb je vragen over ecocide of wordt u geconfronteerd met een onderzoek naar ernstige milieuschade of andere milieumisdrijven? Neem discreet contact op met SUE Advocaten via onze contactpagina, bel naar 03 244 18 32 of mail naar info@sue-advocaten.be.

Sanne De Clerck is strafrechtadvocaat, founder van SUE Advocaten en auteur. Zij staat cliënten bij in complexe strafzaken, met bijzondere ervaring in zedenfeiten, financiële strafzaken, drugsdossiers en assisenzaken. Via haar blog deelt zij inzichten uit haar praktijk en maakt zij strafrechtelijke thema’s toegankelijker voor wie met vragen zit of meer duiding zoekt.